Actueel – In gesprek met onderzoeker … Jan De Lepeleire

In gesprek met onderzoeker … Jan De Lepeleire
Onder Vlaamse huisartsen is Jan De Lepeleire een meer dan bekende naam. Niet alleen was hij zelf 34 jaar huisarts in Lint en 10 jaar coördinerend en raadgevend arts van een woonzorgcentrum in Edegem, sinds 28 jaar is hij ook verbonden aan het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde, onderdeel van de KU Leuven. Alleen al op die manier krijgen veel huisartsen-in-opleiding college van hem. Naast hoogleraar is hij sinds 3 jaar verantwoordelijk voor de huisartspraktijk voor de ongeveer 450 residentiële patiënten van het Universitair Psychiatrisch Centrum in Kortenberg. Al ruim 20 jaar heeft hij een bijzondere belangstelling voor dementie.

Huisarts en dementie
Die belangstelling begon met zijn proefschrift uit 2000 waarin hij onderzocht wat de rol van de huisarts kan en moet zijn bij dementie. Het was de tijd dat de computer zijn intrede deed in de Vlaamse huisartspraktijk, en meteen ontstond de vraag of geautomatiseerde testen voor de diagnose van dementie een meerwaarde konden hebben. Dat bleek tegen te vallen, de betrouwbaarheid van een diagnose werd er maar heel beperkt door verhoogd.
Jan De Lepeleire blijft op de relatie huisarts en dementie verder werken, onder meer via de huisartsen-in-opleiding in Leuven, via werk aan een richtlijn voor huisartsen en het bij Acco uitgegeven zakboekje dementie. Hij is ook groot voorstander van de invoering van een referentie-huisarts dementie, zoals die al bestaat voor palliatieve zorg: een huisarts die iets meer ervaring en affiniteit met het thema heeft en aanspreekpunt is voor collega-huisartsen die met vragen zitten. Voorlopig bestaat die referentie-huisarts helaas nog niet.

Qualidem
Een volgende stap in het onderzoekswerk van Jan De Lepeleire lag in het grootschalige Qualidem-onderzoek, niet te verwarren met het Nederlandse meetinstrument voor kwaliteit van leven. Het Vlaamse Qualidem-onderzoek liep van 1999 tot 2005 en resulteerde onder meer in eerste cijfermateriaal over aantal personen met dementie in Vlaanderen en gevalideerde richtlijnen over depressie en angst bij dementie, ondersteuning van mantelzorgers en psychotische symptomen bij dementie.

Zorgdiagnose
Als we denken dat er iets mis is met ons lichaam, gaan we naar de huisarts voor een diagnose van wat er precies mis gaat en een voorschrift voor de nodige medicijnen of behandeling. Dat werkt prima bij bvb. een keelontsteking of hoge bloeddruk. Jan De Lepeleire hamert er in navolging van de Nederlandse Gezondheidsraad al jaren op dat (huis)artsen zich echter niet mogen beperken tot een ziektediagnose, maar tegelijk ook een zorgdiagnose moeten stellen. Zeker bij langdurige progressieve aandoeningen zoals dementie is het belangrijk om vooruit te kijken en te kijken naar bvb. veiligheid in en rond de woning, ondersteuning door gezinszorg, mogelijke dagcentra of woonzorgcentra voor in de toekomst en of de mantelzorgers het goed volhouden. Ook op die terreinen kan de huisarts veel betekenen. Helaas ziet hij het nog niet bij alle Vlaamse huisartsen de nodige aandacht krijgen. Die heeft soms wel maar ook dikwijls geen aandacht voor het opstellen en opvolgen van een zorgdiagnose. Op dit vlak is nog veel (zorg)winst te behalen!

Vroegtijdige zorgplanning
Er wordt wel eens gezegd dat de mens het enige levende wezen is dat zich bewust is van zijn onvermijdelijke dood. Met de vooruitgang van de geneeskunde zijn er ook veel varianten ontstaan van het levenseinde: alle therapieën uitproberen om tijd te winnen of eerder zorgen voor comfortzorg en nog wat plezier zoeken in de tijd die ons rest. Helaas wordt er weinig gepraat over welke voorkeuren iemand heeft inzake levenseinde: nog wel of niet reanimeren, nog wel of niet een transfer naar het ziekenhuis, … Daarom is er vroegtijdige zorgplanning: het in een zo vroeg mogelijk stadium (of zelfs gewoon, zonder aanleiding) als patiënt met je (huis)arts en je naasten communiceren over je voorkeuren inzake levenseindezorg.
Jan De Lepeleire was één van de onderzoekers die enkele jaren geleden zijn schouders zette onder een generieke richtlijn vroegtijdige zorgplanning. Daarin werden personen met dementie uitgesloten vanwege hun bijzondere situatie: dementie is een aandoening waardoor de wilsbekwaamheid geleidelijk zal afnemen. Daarom werd er een aparte richtlijn vroegtijdige zorgplanning bij dementie gemaakt, die in mei 2016 gepubliceerd werd. Beide teksten zijn gratis op te halen via www.pallialine.be.

Preventie
Er komt steeds meer consensus over de relatie tussen gezonde leefstijl op middelbare leeftijd (tussen 40 en 60 jaar) en het risico op dementie op hogere leeftijd (70+). Wie niet rookt, voldoende beweegt, matig is met alcohol, … op middelbare leeftijd, kan zijn risico op dementie op hogere leeftijd met 30% verlagen. Nu gezond gaan leven zou de verwachte toename van het aantal personen met dementie in Vlaanderen binnen enkele decennia fors kunnen verlagen.
Huisartsen zijn vertrouwd met het verlagen van risico’s op toekomstige aandoeningen, met preventie. Zo schrijven ze frequent cholesterol- of bloeddrukverlagende medicijnen voor en hanteren ze de risicotabel voor cardiovasculaire aandoeningen om bvb. hun patiënten te wijzen op de gevaren van roken of hoge bloeddruk. De kennis van beïnvloedbare leefstijlfactoren op het risico op dementie is echter veel nieuwer dan de kennis over risicofactoren op cardiovasculaire aandoeningen. Het is dan ook onzeker of en in welke mate de Vlaamse huisarts er reeds met zijn patiënten over praat. Wellicht is ook hier nog een wereld te winnen.

Referenties
Jan De Lepeleire heeft aan heel wat publicaties meegewerkt. Hieronder volgt een kleine selectie. Wie interesse heeft in één van deze artikelen, kan die gratis digitaal opvragen via doc@dementie.be.

• Albers, G., Piers, R., De Lepeleire, J., Steyaert, J., Van Mechelen, W., Steeman, E., . . . Van den Block, L. (2016). Richtlijn vroegtijdige zorgplanning bij personen met dementie. Vilvoorde: Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen
• De Lepeleire, J., Gorissen, H., Vermandere, M., & Schoenmakers, B. (2009). Tijdige diagnostiek van dementie in de huisartsenpraktijk. Bijblijven 25(8), 13-24
• De Lepeleire, J., & Heyrman, J. (1997). Diagnose van dementie door huisartsen. Tijdschrift voor geneeskunde, 53(21), 1461-1467.
• Finoulst, M., Vankrunkelsven, P., De Strooper, B., & De Lepeleire, J. (2014). Heeft het zin om de ziekte van Alzheimer vroegtijdig op te sporen? Tijdschrift voor geneeskunde, 70(16), 917-919.
• Schoenmakers, B., Buntinx, F., & De Lepeleire, J. (2010). Welke rol speelt de huisarts in het ondersteunen van mantelzorgers van patiënten met dementie? Een systematisch literatuuroverzicht. Huisarts Nu, 39(7), 268-274.
• Vermandere, M., Decloedt, P., & De Lepeleire, J. (2012). Zorgdiagnose bij thuiswonende, dementerende patiënten, een nieuw concept? Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 43(1), 25-32.

Opgetekend door Jan Steyaert, juni 2017
jan.steyaert@dementie.be