Vermissing van personen met dementie

Project vermissing van personen met dementie

Cijfers van de federale politie, Cel vermiste personen, tonen aan dat er de laatste jaren een toename is van het aantal onrustwekkende verdwijningen van ouderen. Personen met dementie vertegenwoordigen een bijzonder kwetsbare groep binnen deze verdwijningen.

De politiezone HEKLA ( Hove, Edegem, Kontich, Lint en Aartselaar) ontwikkelde in samenwerking met de zorgsector, de Expertisecentra Dementie en de Cel vermiste personen van de Federale politie, een unieke aanpak om personen met dementie die vermist geraken, snel op te sporen. Deze aanpak werd vastgelegd in een protocol. Ondertussen krijgt deze goede politie- én zorgpraktijk navolging in heel wat regio’s van Vlaanderen.

 

Op 21 september 2012  organiseerde  het Limburgse Expertisecentrum Dementie Contact, in samenwerking met de provincie Limburg, de studiedag  ‘Vermiste personen met dementie: een gedeelde zorg van politie en zorgverleners’.
Deze studiedag was zeer geslaagd, zeer vele woonzorgcentra en bijna alle Limburgse politiezones waren vertegenwoordigd.
Inmiddels zijn er in Limburg reeds een groot aantal woonzorgcentra en politiezones samen aan de slag gegaan.

Omwille van de vergrijzing, zullen er in de toekomst alsmaar meer mensen met dementie zijn en dus ook alsmaar meer mensen die kunnen ronddolen en verdwalen.
Vermissing van personen met dementie – en hoe we daar adequaat mee kunnen omgaan – blijkt nog een onderschat probleem.
Het is dus belangrijk dat we vanuit ECD Contact de samenwerking tussen de lokale politiezones en de zorgsector enerzijds en het expertisecentrum dementie anderzijds blijven stimuleren.

Algauw bleek dat zowel de thuiszorg als de residentiële sector bepaalde methoden toepasten inzake vermissing (zoals bijv. dwaaldetectie), maar dat er aan deze methoden nog kon geschaafd worden om sneller de vermiste persoon terug te vinden.
Ervaringen, vanuit andere regio’s in Vlaanderen  leerde ons dat er een afzonderlijk protocol inzake vermissing diende te komen: één voor de woonzorgcentra en één voor de thuiszorg.

Eveneens werd er een vermissingsdocument opgemaakt voor personen met dementie en hun mantelzorgers die nog geen beroep doen op de zorgsector.

Sinds november 2015  is er op Limburgs niveau een akkoord tot samenwerking met de noodcentrale 101. Concreet houdt dit in dat, in geval van verdwijning, rechtstreeks de noodcentrale verwittigd kan worden.

Indien men als zorgsector aan de slag wil gaan met het vermissingsprotocol brengt men best de regionale politiezone hiervan op de hoogte.

 Politie en dementie

De brochure ‘Zekerheid voor mensen met dementie. Hoe politie en zorg elkaar kunnen helpen‘ geeft iedereen binnen het politiekorps (wijkagenten, medewerkers slachtofferbejegening, interventiemedewerkers en medewerkers op de sociale dienst) een leidraad om te werken aan een efficiënt dementievriendelijk beleid. Overzichtelijk en bondig wordt weergegeven wat dementie is, krijg je tips om ermee om te gaan en krijg je kort de procedures over wat te doen bij vermissing van een persoon met dementie.

 

Procedure voor woonzorgcentra:

Er werd gestart met een samenwerking met de woonzorgcentra. In verschillende regio’s  werd het vermissingsprotocol van Hekla verfijnd en op een andere wijze gestructureerd, zodat het voor de partners vlot in te vullen was.
Uiteindelijk kunnen we volgende documenten aanbieden aan de regio’s die nog met het vermissingsprotocol aan de slag zullen gaan. (aangepast sinds 2015 na samenwerking op Limburgs niveau met de noodcentrale 101 – zie protocol voor de thuiszorg):

·         Een uitgeschreven procedure, die beschrijft wat te doen bij het opmerken van een vermissing.

·         De vermissingsfiche, waarbij vooral de identiteitsgegevens van de vermiste en ook nieuwe feiten kunnen op ingevuld worden.

Deze procedure moet er voor zorgen dat de politiediensten met behulp van de aangereikte informatie nog sneller doelgericht opsporingen kunnen verrichten. Ook zullen de medewerkers van het betrokken woonzorgcentrum nog sneller en professioneler kunnen optreden.

Procedure voor thuiszorg:

In 2015 werd in Limburg gestart met de vertaling van het bestaande vermissingsprotocol voor de woonzorgcentra naar een procedure voor de thuissituatie, naar voorbeeld van de regio West-Vlaanderen.  Deze oefening werd gemaakt door een werkgroep bestaande uit een aantal thuiszorgactoren, in samenwerking met LISTEL, ECD Contact en Dienst Politie, Veiligheid & Openbare Orde van de Provincie Limburg.

Uiteindelijk kwam de werkgroep tot volgende documenten:

·       Een uitgeschreven procedure: Wat moet ik doen wanneer ik een vermissing ontdek? Gaat het wel om een vermissing? Wanneer verwittig ik de politie?

·       Een document voor de zorg- en hulpverleners: het zorgplan bevat al heel wat informatie die belangrijk is in het geval van vermissing: de weekplanning, het medicatieschema,…. De vermissingsfiche bevat extra informatie en kan bijgehouden worden op een vaste plaats, bv. in het zorgplan in samenspraak met alle betrokken zorg- en hulpverleners.

 

Procedure voor mantelzorgers:

Er zijn nog heel wat personen met dementie die thuis wonen en gesteund worden door mantelzorgers, zonder bijkomende hulp van externe thuiszorgdiensten. Ook voor hen werd een vermissingsfiche en leidraad opgemaakt waarop ze beroep kunnen doen indien er een verhoogd risico is op dolen of verdwalen.

In de folder ‘ Vermissing voorkomen bij personen met dementie’ worden tips aangereikt om vermissing te voorkomen.

 

Privacywetgeving

Wanneer het  vermissingsprotocol in gebruik genomen wordt dient men rekening te houden met de wet op de privacy.

De persoon met dementie of diens vertegenwoordiger en zijn mantelzorger ondertekenen dan een document, opgemaakt door de instelling of zorgdienst, waarin zij akkoord gaan dat de informatie bij een vermissing mag gedeeld worden met de betrokken politiediensten en zorgverleners. Mantelzorgers kunnen kiezen om het document thuis te bewaren of het document toe te vertrouwen aan de professionele zorgverlener.

Omdat volgens de privacywetgeving, het delen van de gegevens enkel bij vermissing mag plaatsvinden, mag het document strikt gezien niet aan het dossier, zorgboekje of communicatieschrift van de professionele zorgverlener toegevoegd worden, tenzij men hiervoor uitdrukkelijke toestemming van de patiënt en zijn mantelzorger heeft. Wel mag je het bijvoorbeeld in een gesloten omslag in het dossier bewaren of digitaal in het elektronisch patiëntendossier, op voorwaarde dat het enkel te raadplegen is door een bevoegde persoon in een noodsituatie. Wanneer de persoon met dementie in het ziekenhuis verblijft, gelden dezelfde principes. Ook hier mag de informatie niet openlijk in het zorgdossier opgenomen worden. Wel kan deze bij de arts of een andere verantwoordelijke onder een gesloten omslag bijgehouden worden.

 

Hier kan je een presentatie vinden waarin de stand van zaken van het project toegelicht wordt.