Nieuwe cijfers over dementie per gemeente

Het voorkomen van dementie in Vlaanderen: cijfers per gemeente

In een gezamenlijke mededeling publiceren het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen en de Alzheimer Liga Vlaanderen nieuwe cijfers over de evolutie van het aantal mensen met dementie per gemeente van 2018 tot 2035. Uniek hierbij is dat steden en gemeenten hun cijfers en toekomstprognose via een interactieve en overzichtelijke digitale kaart kunnen raadplegen.
Aanleiding voor de publicatie van de nieuwe cijfers is het memorandum rond dementie voor de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 en het gezamenlijke streven naar een meer dementievriendelijke samenleving. Een instrument dat beleidsmakers lokaal voor hun beleidsplanning kunnen gebruiken moet hen hierbij helpen.

Elke Vlaamse gemeente heeft een aantal inwoners met dementie, en in alle gemeenten zal dat aantal stijgen de volgende jaren, tegen 2035, gemiddeld met 42,7% maar in enkele gevallen zelfs met meer dan 90%! Voor het hele Vlaamse Gewest wordt het aantal personen met dementie voor 2018 geschat op 131.818, en dat stijgt naar 188.183 tegen 2035, een stijging van 42,7%.

Sterkste stijgers:

  1. Zutendaal, 92,7%
  2. Opglabbeek, 91,0%
  3. Pepingen, 83,5%
  4. Lint, 82,9%
  5. Hoogstraten, 82,4%

Kleinste stijgers:

  1. Drogenbos, 13,1%
  2. Antwerpen, 14,0%
  3. Vleteren, 15,4%
  4. Mortsel, 16,2%
  5. Lierde, 17,4%

De grote steden hebben een iets minder grote groei, omdat daar nu al veel ouderen wonen en de vergrijzing zich minder snel verder zet dan in kleine gemeenten.

Gebruikte methodologie

Deze cijfers zijn gebaseerd op de bevolkingsvooruitzichten van Statistiek Vlaanderen.

Op deze bevolkingsprognose is, rekening houdend met leeftijd en geslacht van de inwoners, het risicomodel voor dementie van EuroCode toegepast, een Europees epidemiologisch project onder leiding van Alzheimer Europe. Dit risicomodel diende ook als basis voor het dementieplan van minister Vandeurzen, maar werd nog niet eerder vertaald naar de lokale besturen. Er zijn andere risicomodellen in omloop, waarvan gebruik zou leiden tot licht afwijkende cijfers.

Er is in deze berekening uitgegaan van een gelijkblijvend risico. Twee ontwikkelingen kunnen daar invloed op hebben. Via investeren in preventie en gezonde leefstijl op middelbare leeftijd (40-75 jaar) zou de prevalentie beduidend lager kunnen liggen dan de hier genoemde cijfers.
Anderzijds weten we dat mensen met een niet-Westerse etniciteit een fors hoger risico lopen op dementie. Vlaamse gemeenten waar ook onder de ouderen sprake is van een diverse bevolkingssamenstelling, zullen daardoor met hogere aantallen personen met dementie geconfronteerd worden. De cijfers van Statistiek Vlaanderen lieten niet toe met deze ontwikkeling richting (super)diversiteit rekening te houden.