Hoe omgaan met personen met dementie?

3. Hoe omgaan met personen met dementie?

Niet overvragen

Stel geen vragen over het recente verleden, dit kan zeer confronterend zijn voor de persoon met dementie omwille  van zijn falend kortetermijngeheugen. Praat daarom liever over wat er nu te zien, voelen, horen, ruiken is. Spreek over dingen van vroeger, zo heb je meer kans dat de persoon met dementie mee kan praten. Sluit daarbij aan bij de interesses, gewoontes en voorkeuren van vroeger. Je aanwezigheid en rustige uitstraling zijn vaak veel belangrijker dan woorden. Vertel ook iets over jezelf zonder daarop een antwoord terug te verwachten. Stilte kan zeer waardevol zijn.

Voorkom falen

Formuleer vragen zodat de kans op falen zo klein mogelijk wordt. Vermijd ‘waarom’ vragen. Dit zijn moeilijke vragen voor de persoon met dementie omdat hij niet steeds een verklaring heeft voor de dingen die hij doet. Het redeneren en abstraheren is aangetast waardoor het ‘waarom’ moeilijk uit te leggen valt.  Gebruik eventueel geheugensteuntjes en vermijd bestraffende taal zoals “Jij kan nooit luisteren” of “ Jij doet dat altijd verkeerd”

Begrijpen

Deel uw boodschap in verschillende stappen op. Zeg dus niet: “Wil je koffie, water, thee of limonade?”. De kans dat de persoon “limonade” zal antwoorden is groot omdat hij, door zijn falend kortetermijngeheugen,  zich de andere keuzemogelijkheden niet meer kan herinneren. Maar zeg wel: “Wil je koffie of thee”. Je kan de woorden ondersteunen door ook de theepot en koffie kan te laten zien. Je kan ook gebaren gebruiken. Alles was de gesproken taal kan ondersteunen is goed om je boodschap over te brengen. Het verwerken van informatie gebeurt trager bij een persoon met dementie. Wacht voldoende lang op een antwoord (soms wel tot 15 seconden).

Juiste toon en houding

Personen met dementie willen graag aangesproken worden als volwassen mensen. Kinderlijk of betuttelend taalgebruik laat je daarom best achterwege. Betrek de persoon met dementie ook nog zoveel mogelijk bij beslissingen en keuzes. Personen met dementie kunnen vaak de overvloed aan woorden niet meer aan maar zijn wel zeer gevoelig voor het lezen van lichaamstaal. Zorg ervoor dat je lichaamshouding klopt met wat je zegt en je vergroot meteen de kans dat de persoon met dementie jou zal verstaan.

Voorkom angst en achterdocht

Angst is vaak een rode draad doorheen het ziekteproces. Thema’s die de persoon angstig maken kan je daarom maar beter vermijden. Ook fluisteren of over de persoon met dementie heen praten kan veel achterdocht opwekken. Je kan ook best zo eerlijk mogelijk antwoorden op vragen die gesteld worden. Soms is dit confronterend maar het schept wel vertrouwen als je eerlijk blijft. Probeer daarbij ook de gevoelens van de persoon met dementie te benoemen: “Ik merk dat je hierom verdrietig bent”.

Hulp bij moeilijkheden om zich uit te drukken

Wanneer de communicatieve vaardigheden van de persoon met dementie achteruit gaan is het belangrijk toch te proberen begrijpen wat hij/zij wil duidelijk maken. Ook wanneer de persoon nog maar enkele woorden bezit of enkel een brabbeltaaltje spreekt. Probeer antwoord te geven op wat u denkt dat de persoon probeert te zeggen. Herhaal daarbij het gedeelte of de woorden die u wel begrepen hebt. Dring niet te lang aan op een antwoord of het vervolg van een verhaal als je merkt dat de persoon met dementie dit niet meer weet. Ook al begrijp je de persoon met dementie niet, tonen dat je alle moeite doet om hem toch te verstaan kan minstens even belangrijk zijn.

(vrij naar: Dementiewijzer – ’t Punt en Dementiewijzer Brugge)