Wat is dementie?

1. Wat is dementie?

Dementie is op zichzelf geen ziekte, maar een syndroom. Dit wil zeggen dat de term ‘dementie’ eigenlijk slaat op een geheel van symptomen. Deze zijn het gevolg van een ziekte die de hersenen op een of andere manier aantast. Verschillende ziektes kunnen leiden tot dementie. De manier waarop dementie verschijnt hangt bijgevolg af van de onderliggende ziekte en de plaats in de hersenen waar de ziekte toeslaat. Gemeenschappelijk is wel dat het gehele geestelijke functioneren geleidelijk aan achteruitgaat waardoor na verloop van tijd een normaal zelfstandig leven niet meer mogelijk is.

1.1 Diagnose

Om een diagnose te kunnen stellen moeten een aantal criteria vervuld zijn. Een aantal symptomen moeten aanwezig zijn om van een dementie te kunnen spreken. Dit worden ook wel de kernsymptomen genoemd. Daarnaast zijn er ook nog de secundaire symptomen. Dit zijn symptomen die kenmerkend zijn voor een dementieel beeld en in meer of mindere mate kunnen voorkomen. Ze hoeven niet noodzakelijk aanwezig te zijn om van een dementie te kunnen spreken.

1.2 Symptomen

1.2.1 Kernsymptomen

Kernsymptomen zijn symptomen die in meer of mindere mate moeten aanwezig zijn om van een dementie te kunnen spreken.

Stoornissen in het korte termijngeheugen

De persoon met dementie slaat recente gebeurtenissen steeds moeilijker op. Men weet bijvoorbeeld niet meer wat men die middag gegeten heeft, men vertelt of vraagt steeds opnieuw hetzelfde…

Stoornissen in het langetermijngeheugen

Naarmate de dementie vordert komen er ook steeds meer gaten in het langetermijngeheugen. Informatie die al heel lang in het geheugen aanwezig is raakt de persoon met dementie minder snel kwijt. Ook herinneringen met een grote emotionele waarde of bepaalde gewoontes zullen langer bij blijven. Naarmate de dementie toeneemt zullen ook deze herinneringen verloren gaan.

Desoriëntatie in tijd en ruimte

Door de stoornissen in het geheugen raakt de persoon met dementie zijn herkenningspunten en de vertrouwdheid van zijn omgeving kwijt. Hij weet niet meer of het ochtend of avond is, kan de weg naar huis niet meer vinden en kan niet meer benoemen welke dag het is.

Desoriëntatie in persoon

Op een bepaald punt in het proces, zal de persoon met dementie personen die voor hem bekend of belangrijk zijn, niet meer herkennen. Hij kan bepaalde gezichten niet meer thuisbrengen. Het kan ook gebeuren dat de persoon met dementie zijn eigen spiegelbeeld niet meer herkent omdat het niet strookt met het beeld dat hij van zichzelf op dat moment heeft. Iemand kan bijvoorbeeld in de beleving zijn dat hij nog 18 jaar is, en ziet dan een oude man in de spiegel.

Afasie

Afasie is een taalstoornis. Je kan afasie vergelijken met wat je zelf meemaakt als je niet meer op een woord kan komen: “Het ligt op het puntje van mijn tong”. Je ziet een voorwerp, weet wat het is, maar kan niet meteen het juiste woord vinden dat er bij past. Dit is wat personen met dementie in een hogere frequentie kunnen meemaken.

Apraxie

Apraxie is een verminderde mogelijkheid om doelgericht te handelen. De eenvoudigste handelingen kunnen daarbij een echte uitdaging worden omdat je uit je geheugen niet meer kan opdiepen hoe het nu precies moest. Een hemd knopen, een boterham smeren of koffie zetten kunnen plots voor verwarring zorgen. De persoon met dementie weet wel wat hij wil doen, maar het is alsof zijn lichaam weigert en de handelingen niet meer kan uitvoeren.

Agnosie

Agnosie is een stoornis in het identificeren van voorwerpen, geluiden, geuren…Dit heeft niets te maken met een verminderd zicht of gehoor maar alles met de verwerking van de prikkels. Net zoals bij agnosie kan de persoon met dementie niet meer het juiste etiket kleven op de geur die hij waarneemt, het voorwerp dat hij ziet of het geluid dat hij hoort. Dit kan soms gevaarlijke situaties opleveren. Denk maar aan iemand die de gaskraan opendraait en de geur van gas niet meer herkent waardoor hij ook niet gealarmeerd raakt en de gaskraan gewoon blijft openstaan.

Stoornis in de uitvoerende functies

Dit kan kort samengevat worden als een stoornis in het plannen en abstract denken. Hierdoor krijgt de persoon met dementie moeilijkheden bij complexere handelingen. Het bereiden van een maaltijd bijvoorbeeld, is plots niet meer zo evident. Hiervoor moet je snel en efficiënt kunnen plannen zodat alles tegelijkertijd op het bord kan. Dit lukt voor personen met dementie moeilijker.

Deze stoornissen komen niet noodzakelijk gelijktijdig voor. Iemand met dementie kan bijvoorbeeld heel veel last hebben van afasie (taal) maar niet van apraxie (handelen).

 

1.2.2 Secundaire symptomen

Secundaire symptomen zijn symptomen die vaak voorkomen bij dementie maar niet noodzakelijk zijn om van een dementie te kunnen spreken. Enkele van de meest voorkomende secundaire symptomen bij dementie zijn:

–          Confabulaties: Het opvullen van gaten in het geheugen met fantasie om niet te laten opvallen dat men iets niet meer weet.

–          Stemmingswisselingen.

–          Verandering van de persoonlijkheid.

–          Gevoelens van angst en ontreddering kunnen aanleiding geven tot agressie of apathie (geen initiatief meer nemen, geen interesse meer tonen)

–          Persevereren: het ogenschijnlijk zinloos herhalen van woorden, zinsdelen of handelingen.

–          Decorumverlies: Men houdt geen rekening meer met fatsoensnormen. Men kan zich bvb. plots beginnen uitkleden.

–          …

 

(vrij naar: Dementie De essentie – Jan Steyaert)