Vrijheid en fixatie

Op deze pagina vindt u meer informatie bij de toepassing ‘Vrijheid en fixatie’.

  • Aanbevolen en aanvullende literatuur
  • Inspirerende praktijken

 

 

 

 

Aanbevolen literatuur

  • Hardeman, F., Van Vliet, M., Van der Leeuw, J., De Wit, F., & Lukkien, D. (2016). Ruim 80 alternatieven voor meer vrijheid in de zorg. Utrecht: Vilans.
    Fulltext: klik hier.
  • Scheepmans, K., & Milisen, K. (2016). Streven naar een fixatiearme thuiszorg. Praktijkrichtlijn. Leuven: Acco.

 Aanvullende literatuur

  • Alzheimer Europe. (2012). The ethical issues linked to restrictions of freedom of people with dementia.
    Fulltext: klik hier.
  • Bakens, P. (2017). Beter af met minder in Puttershoek: Terugdringen van psychofarmaca in de praktijk. Denkbeeld, 29(6), 36-37.
  • Gastmans, C., & Milisen, K. (2006). Het gebruik van fysieke fixatie bij ouderen: een zorg-ethische aanpak. Tijdschrift voor Geneeskunde, 62(23), 1650.
  • Geelen, R. (2015). Kamperen in het verpleeghuis. Denkbeeld, 27(6), 36-38.
  • Hamers, J. (2017). The Prevention and Reduction of Physical Restraint Use in Long-Term Care Dementia in Nursing Homes (pp. 219-228): Springer
  • Lampo, E., Carlassara, V., Degryse, B., Lauwers, H., Glorieux, F., Vermeulen, B., . . . Spruytte, N. (2016). Slimme technologie als alternatief voor fysieke fixatie: eindrapport. Brugge/Leuven: Cretecs VIVES Hogeschool/LUCAS KU Leuven.
    Fulltext: klik hier.

 

Inzetten op fixatie-arme zorg (vzw Rusthuizen Zusters van Berlaar, provincie Antwerpen)

Zusters van Berlaar is een groep van woonzorgcentra uit de provincie Antwerpen. Sinds 2013 is de groep gestart met een traject om fysieke fixatie te verminderen. Met succes, zo blijkt. Coördinator van het traject, Joke Coussement, vertelt. “Reeds na het eerste jaar implementatie merkten we een groot verschil op onze resultaten van het Vlaams Indicatorenproject. Hoe we hier aan begonnen zijn? Elk woonzorgcentrum heeft een referentiepersoon fixatie. Bij de opstart van het traject hebben we verschillende keren met hen rond de tafel gezeten. Uit deze gesprekken bleek dat iedereen een andere definitie had van een beschermende maatregel. In eerste instantie hebben we dus een gemeenschappelijke taal gezocht. Ook registreerden we objectief welk materiaal we in huis hadden dat de vrijheid van een bewoner kon beperken. In een tweede fase hebben we een begrippenkader gecreëerd. Zo maken wij nu het onderscheid tussen een vrijheidsbeperkende maatregel en een niet-vrijheidsbeperkende maatregel. Dit laatste is een vorm van fysieke fixatie die de vrijheid niet extra beperkt omdat een bewoner al in zijn vrijheid beperkt is door een lichamelijke zorgafhankelijkheid. Een vrijheidsbeperkende maatregel is voor ons ofwel een beschermende maatregel (fysieke fixatie met als doel de bewoner te beschermen) ofwel een functiebevorderende maatregel (bedoeld om het functioneren te bevorderen, zoals een bedhekken voor psychisch comfort). Op basis van deze indeling maakten we een beslissingsboom die ons helpt nadenken over het gebruik van fysieke fixatiemaatregelen. Een volgende stap was het opstellen vaneen procedure voor acute en niet-acute fixatie.

We merken dat de referentiepersonen elkaar dankzij het intensieve project goed kennen en dat ze regelmatig problemen met elkaar uitwisselen. Onze tip naar andere voorzieningen? Neem de tijd om een verandertraject te doorlopen. Een kanteling in denken vraagt immers tijd en vertrouwen.”

Contactgegevens: Joke Coussement via Joke.Coussement@zusters-berlaar.be.

 

‘Gesloten’ deuren (AZ Sint-Jan Brugge-Oostende av)

Dwaalgedrag bij mensen met dementie kan wel eens een probleem zijn op een verblijfdienst in het ziekenhuis, bijvoorbeeld wanneer iemands nachtrust verstoord wordt als een medepatiënt de kamer binnenkomt. Bij de renovatie van de diensten geriatrie in Brugge koos het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende daarom voor een ‘gesloten’ deursysteem dat elektronisch wordt gestuurd en geprogrammeerd. Op een bepaald uur worden de kamerdeuren ’s avonds op slot gedaan maar wel op volgende manier: de patiënt kan zijn kamer op elk moment verlaten (de deur is namelijk niet op slot wanneer je naar buiten wilt gaan), maar de deur kan van buitenaf niet geopend worden zonder gebruik van een badge of elektronische sleutel. Die heeft het verzorgend en veiligheidspersoneel bij zich. ‘Zo kan de patiënt wel ronddwalen in de gang, maar kunnen we de andere patiënten een goede nachtrust bezorgen’, zegt Johan Devoghel, hoofdverpleegkundige van het geriatrisch zorgprogramma. ‘Op een tweede uur worden de deuren opnieuw volledig geopend en kunnen mensen volledig vrij in en uit hun kamer. Is er brandalarm, dan wordt het elektronisch circuit automatisch onderbroken en zijn alle deuren in beide richtingen gewoon te openen. ‘Hiermee beogen we de rust tijdens de nacht te verhogen en fixatie wegens dwaalgedrag te bannen.’

Contactgegevens: johan.devoghel@azsintjan.be.

 

Fixatiearme zorg thuis (Wit-Gele Kruis, Diest)

Ook in de thuiszorg worden zorgverleners en mantelzorgers steeds meer geconfronteerd met situaties waar fysieke fixatie gebruikt wordt. Daarom ontwikkelde het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen in samenwerking met het Academisch Centrum voor Verpleeg- en Vroedkunde van de KU Leuven in 2016 de praktijkrichtlijn Streven naar een fixatiearme thuiszorg (Scheepmans et al., 2016). Deze praktijkrichtlijn wil thuiszorgvoorzieningen ondersteunen bij het beslissingsproces en het verantwoord gebruik van fysieke fixatie in de thuiszorg. Naar aanleiding van deze richtlijn startte er een onderzoeksproject met als doel de praktijkrichtlijn te implementeren. Het multicomponentprogramma bestaat uit een website en sociale media, een flyer voor zorgverstrekkers, een samenvatting van de praktijkrichtlijn, tutorials en een promotiefilmpje. Verder is er ook een opleiding voor ‘ambassadeurs fixatiearme thuiszorg’. Binnen deze opleiding staan het gebruik van de praktijkrichtlijn, coachen en motiveren centraal. In 2018 werd het multicomponentprogramma in een pilootproject in Vlaams-Brabant getest. Een van de deelnemende organisaties is het Wit-Gele Kruis in Diest, waar Nicole Vanderheyden ambassadeur is. ‘We staan nog maar aan het begin van het traject, maar het enthousiasme is groot. Op dit moment zijn we een plan van aanpak aan het uitwerken, waarbij ook het wetgevend kader meegenomen wordt. De aanpak van fixatie of het mantelzorgattest moeten bijvoorbeeld ook in het elektronisch patiëntendossier geïntegreerd worden. Verder werken we rond bewustwording: welke maatregelen vallen allemaal onder fixatie? Als ambassadeur heb ik een aantal uur opleiding gehad over thema’s als het vertrouwen winnen van de mantelzorger, het wetgevend en ethisch kader en het stroomdiagram dat we kunnen volgen. We worden nauw opgevolgd door het projectteam van de KU Leuven. Ze reiken ons via de website www.fixatiearmezorg.be instrumenten aan die ons helpen om de richtlijn te implementeren.’ Als ambassadeur gaat Nicole aan de slag met een groep verpleegkundigen binnen haar organisatie. Via opleiding en intervisie zullen zij in een piloottraject de richtlijn in hun regio in de praktijk brengen, waarna het ook breder uitgerold kan worden.

Meer informatie? www.fixatiearmezorg.be.

 

Zonder banden (WZC Lückerheide, Nederland)

Woonzorgcentrum Lückerheide in Kerkrade gebruikt sinds enkele jaren geen Zweedse banden meer. Directeur Math Gulpers en Jan Hamers, hoogleraar verzorging en verpleging van ouderen aan de Universiteit van Maastricht, sloegen hiervoor de handen in elkaar. De eerste jaren bleek het invoeren van een fixatie-arm beleid zeer moeilijk: de zorgverleners bleven Zweedse banden gebruiken ‘omdat het niet anders kon’ en ook de familie van de bewoners vroeg er zelf naar. De directie voerde daarom een drastische maatregel in: ze verbood de Zweedse band, evenals plankstoelen, verpleegdekens en spanlakens. Uitzonderlijk wordt tijdens piekuren wel eens een (rol)stoel met tafelblad toegestaan of een tentbed ’s nachts, wanneer iemand wil opstaan en vaak valt. Het beleid vindt het belangrijk om goed te communiceren naar het team en naar de familie toe. Ze beseffen dat het voor iedereen in de beginperiode moeilijk was om de knop om te draaien. Als een bewoner risicogedrag stelt, dan probeert het team dit op te lossen, bijvoorbeeld door kinesitherapie of ergotherapie. Elke maatregel wordt geëvalueerd met de arts.

Meer informatie, klik hier.

 

De voeltunnel (Solihull Hospital, Verenigd Koninkrijk)

Het Solihull Hospital in Birmingham gebruikt voeltunnels als een alternatief voor fysieke fixatie. Een voeltunnel is een koker van ongeveer 30 centimeter lang, gebreid in aantrekkelijke, vrolijke kleuren. Zowel de buitenkant als de binnenkant hangt vol met linten, knoopjes en stukken stof. De persoon met dementie kan erin knijpen, eraan trekken, de vormen aftasten, de verschillende stoffen voelen … Personen met dementie worden hier nooit gefixeerd, onder geen enkele omstandigheid. De voeltunnel geeft personen met dementie sensorische prikkels, waardoor ze niet of minder geneigd zijn om hun infuus uit te trekken. Ze worden gemaakt door een groep enthousiaste vrijwilligers. Wanneer de patiënt naar huis gaat, krijgt hij zijn voeltunnel mee. Ook het AZ Nikolaas in Sint-Niklaas en Beveren startte intussen met het breien van voeltunnels voor patiënten met dementie.

 

Fixatievrije zorg (WZC OLV Antwerpen)

Het WZC OLV Antwerpen kiest al meer dan vijftien jaar voor een fixatievrij beleid. Zweedse gordels, voorzettafels en onrusthekkens zal je hier dus niet vinden.

‘Het is een totaalconcept met verschillende pijlers’, vertelt Andy Gilles. ‘Vooreerst is het cruciaal dat de CRA en de huisartsen de visie dragen. Van bij aanvang nemen we het medicatieschema onder de loep en bouwen we alles af wat het valrisico verhoogt. Ook zetten we actief in op zinvolle dagbesteding en beweging. De kinesist doet niet aan bezigheidstherapie, maar zorgt ervoor dat de bewoners zo lang mogelijk fit blijven en dat ze revalideren na een letsel. In de kamers zorgen we ervoor dat het traject tussen het bed en het toilet vrij is, zodat het risico op vallen minimaal is. Ook is er een lichtsensor in de badkamer zodat de bewoner zich ’s nachts beter kan oriënteren. Maar de belangrijkste pijler is de mindset bij de medewerkers. Wij zoeken naar de oorzaak van moeilijk hanteerbaar gedrag en laten ons niet leiden door maatschappelijk wenselijk gedrag. Wil iemand ’s nachts uit bed, dan is dat oké. Wil iemand niet eten op het ‘correcte’ tijdstip, dan forceren we dat niet. We vertrekken dus vanuit de beleving van de persoon met dementie.’

Hebben ze hier dan meer personeel of technologische snufjes om dit mogelijk te maken? ‘Neen, wij hebben niet meer personeel en ook geen spectaculaire alternatieven. Het zit ʼm vaak in de kleine dingen, zoals het hoog-laagbed op die hoogte zetten waarop iemand met zijn voeten aan de grond kan bij het uitstappen. In uitzonderlijke gevallen leggen we een judomat naast het bed bij een groot valrisico.’

Wordt hier dan nooit gefixeerd? ‘Er zijn situaties waarin we, in overleg met de arts en de familie, beslissen om tijdelijk medicamenteuze ondersteuning te geven, om bijvoorbeeld moeilijk hanteerbaar gedrag even te doorbreken. Maar dat is echt uitzonderlijk. Het gebruik van psychofarmaca en medicatie in het algemeen is hier de afgelopen jaren sterk gedaald. De fijnste “klacht” die de ombudsdienst hier ooit kreeg was van een familielid dat zich beklaagde dat men vergeten was om de medicatie te factureren. Zijn vader nam echter op dat moment geen medicatie meer.’

Contactgegevens: Andy Gilles via andy.gilles@olvantwerpen.be.